In de periode 2018-2022 bieden elf kinderopvangorganisaties in Nederland tweetalige opvang aan kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. De opvang wordt zowel in het Nederlands als in het Engels of Frans aangeboden. Het MIND (Meertaligheid in Dagopvang) onderzoeksteam van de Universiteit van Amsterdam voert een onderzoek uit naar de effecten van de meertalige opvang op de taalontwikkeling van de kinderen.

Het onderzoek richt zich op 3 thema’s:

 

Ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid

“Voor project MIND onderzoek ik of de meertalige dagopvang wel of geen invloed heeft op de verwerving van het Nederlands. Het zou namelijk kunnen dat meertalige verwerving niet alleen gevolgen heeft voor de tweedetaalvaardigheid, maar ook voor de moedertaalvaardigheid. Voor het Nederlands is dit nog relatief weinig onderzocht. in dit project probeer ik daarnaast meer inzicht te krijgen in de invloed van meertalige opvang op de ontwikkeling van het Nederlands bij jonge kinderen. Dit doe ik door de kinderen te testen op woordenschat en verschillende grammaticale structuren. Vertonen deze kinderen een langzamere ontwikkeling van het Nederlands ten opzichte van jonge kinderen die naar de eentalige dagopvang gaan? Tevens onderzoek ik of het Nederlands van de kinderen invloeden vertoont van de tweede taal in hun dagelijks taalgebruik, door video-opnames te analyseren.” Darlene Keydeniers, Promovenda Project MIND

Ontwikkeling van de tweedetaalvaardigheid, Engels of Frans

“Mijn rol in dit onderzoek is het in kaart brengen van de ontwikkeling van de tweede taal, Engels of Frans. Een aanname in de wetenschap is dat input cruciaal is bij het verwerven van een tweede taal. Is de input op de opvang genoeg voor de kinderen om vooruitgang te boeken in het Engels of het Frans? In ieder geval meer dan kinderen die deze talen niet horen op de opvang? Dat onderzoek ik, door met elk kind om de tien maanden woordenschat- en grammaticatestjes te doen.
Ook wil ik weten hoe de input eruitziet: op welke manieren praten de leidsters met de kinderen en hoe reageren de kinderen hierop? Welke invloed heeft de input van de leidster op het gebruik van de tweede taal door de kinderen? Om hier een beeld van de krijgen, analyseer ik video-opnames van de gesprekken in de tweede taal tussen de leidsters en de kinderen.” Kyra Hanekamp, Promovenda Project MIND

Rol van de moedertaal

“De centrale vraag die ik in project MIND onderzoek is welke rol de moedertaal speelt in de taalontwikkeling van kinderen op de tweetalige opvang. Ontwikkelen kinderen met een goed ontwikkelde woordenschat en goed ontwikkelde grammaticale vaardigheden in de eerste taal, zich sneller in de tweede taal dan kinderen met minder goed ontwikkelde vaardigheden in de eerste taal? En beïnvloedt de mate waarin ouders thuis stimulerende taalactiviteiten ondernemen met hun kind (zoals voorlezen) de ontwikkeling van de tweede taal? Bij de beantwoording van deze vragen maak ik onderscheid tussen kinderen voor wie het Nederlands (of het Engels of Frans) een eerste taal is en kinderen die het Nederlands (of het Engels of Frans) als tweede taal leren. Ik analyseer hierbij data die verzameld zijn bij kinderen (met woordenschat- en grammaticataakjes) en hun ouders (met vragenlijsten over de talen die thuis gesproken worden).” Josje Verhagen Postdoc Project MIND

Voor de dataverzameling worden verschillende onderzoeksmethoden gebruikt bij de kinderen, ouders en pedagogisch medewerkers.