Steeds meer ouders vinden het belangrijk dat hun kind al op jonge leeftijd kennis maakt met een vreemde taal. Ze vinden het met name belangrijk dat hun kind later vloeiend Engels kan spreken. Meertalige mensen hebben een voorsprong in verschillende situaties, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt. Daarbij hebben ze de vaardigheid om de kennis die ze hebben verworven in de ene taal, toe te passen in de andere taal.

Momenteel kan in Nederland alleen Nederlands gebruikt worden als voertaal in de dagopvang en de peuterspeelzaal. Daar waar Fries of een streektaal wordt gesproken, mag deze ook als voertaal worden gebruikt. Bij uitzondering kan de dagopvang meertalig worden aangeboden.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil weten wat de gevolgen zijn als meertaligheid op de dagopvang breed wordt mogelijk gemaakt. Het kan voor jonge kinderen een groot voordeel zijn als ze spelenderwijs in aanraking komen met een tweede taal. Na de puberteit hebben kinderen meer moeite met het verwerven van een tweede taal. Met een experiment van vier jaar, 2018-2022, moet inzichtelijk worden of meertalige dagopvang in ieder geval geen negatieve effecten heeft op de ontwikkeling van de kinderen.

Het ministerie heeft elf kinderopvangorganisaties geselecteerd om mee te doen aan dit experiment. Deze kindercentra bieden gedurende het project maximaal 50% van de openingstijd de opvang in het Engels of Frans aan in één of meerdere groepen. De kinderen in de leeftijd van nul tot vier jaar worden gevolgd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam om te kunnen bepalen wat de effecten van de meertalige opvang zijn. Lees meer over de deelnemers en het onderzoek van project MIND.